Kinderen als getuige van geweld
De benarde positie van deze kinderen is lang buiten beeld gebleven. Lang werd vooral gelet op kinderen die slachtoffer waren en geweld aan den lijve ondervonden. Verder ging de aandacht vooral uit naar de mishandelde moeders en soms ook naar al dan niet gedwongen behandeling van plegers van mishandeling.
Opzetten van hulp
Daar is een kentering in gekomen. Vooral in de VS en Canada zijn interventieprogramma's opgezet voor kinderen als getuige van thuisgeweld. De laatste jaren ontplooit men ook in Nederland initiatieven, zoals het groepsprogramma "Let op de kleintjes" en begeleiding voor kinderen en hun ouders in het project Thuisfront.
Dijkstra verrichtte in 2001 een beleidsstudie voor Justitie over kinderen (v/m) als getuige van geweld thuis: een basisverkenning van korte- en lange termijn effecten. Deze studie is te downloaden op www.huiselijkgeweld.nl
Meestal is een parallel groeps-aanbod ontwikkeld voor deze kinderen en hun mishandelde moeders. Moeilijker blijkt het te zijn om gedegen hulp op te zetten voor vaders. Dit komt vooral ook om dat zij dan een dubbele verantwoordelijkheid moeten nemen: voor het geweld en voor de opvoeding van hun kinderen.
Schade
Kinderen die getuige zijn van mishandeling tussen hun ouders lopen daarvan schade op, al verschilt dit per kind. Het is onder andere afhankelijk van de ernst van het geweld, de ontwikkelingsfase en het geslacht van het kind.
Kinderen hebben verder verschillende manieren waarop ze met dergelijke bedreigende gebeurtenissen omgaan; sommigen beschikken over grote veerkracht.
Dat neemt niet weg dat een deel van de kinderen door de gebeurtenissen depressief, angstig, boos wordt en soms zelf gewelddadig. Kinderen kunnen in de war raken over hun gevoelens voor hun ouders. Ook voelen ze zich verantwoordelijk. Ze zijn soms bang om thuis te blijven, maar ook bang om weg te gaan.
Actie is nodig
Afwachten tot de kinderen volwassen zijn, helpt niet. Om de cyclus van geweld te doorbreken, is het belangrijk om zo vroeg mogelijk hulp te bieden, afhankelijk van wat voor dat specifieke kind en het gezin nodig is.
Kinderen die zijn begeleid, voelen zich daarna vaak weerbaarder en hebben meer zelfvertrouwen. Ze weten beter wat ze kunnen doen bij een geweldsuitbarsting en ze hebben meer kennis van mishandeling. Ook zijn ze in staat hun gevoelens over de mishandeling en hun ouders beter onder woorden te brengen.
Verbetering van de praktijk
Er zijn tal van praktijkverbeteringen mogelijk.
1. Het is van belang om voor deze doelgroep kinderen een passend en gedifferentieerd aanbod op te zetten en actief en permanent aan werving en bewustwording te blijven doen.
2. Het is belangrijk om de opgedane ervaringen met interventies en contact met deze doelgroep zorgvuldig te documenteren en projecten te evalueren, zodat groei van kennis en kunde in de praktijk toeneemt. Voorkòmen moet worden dat de kinderen vooral een papieren leven leiden en de steun en hulp ontberen die ze nodig hebben.
3. Gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen voor een passend aanbod voor kinderen en jeugdigen leidt tot verbetering van het handelen. Een belangrijke impuls om dit proces te intensiveren is om tijdelijk in een afgebakende periode een op samenwerkingsgerichte werkgroep jeugd in te stellen met een duidelijke doelstelling, die specifieke aandachtspunten opstelt en oplossingen aandraagt.
4. Het is wenselijk een d-base op te zetten van methodieken die gebruikt worden voor diverse groepen kinderen en hun mishandelde moeders.
5. Het is belangrijk om naast aandacht voor moeders en broers en zussen toelatingscriteria en methodieken uit te werken voor mishandelende mannen in hun rol van vaders en voor andere familieleden die nauw betrokken zijn bij de zorg voor en om kinderen.